ongelijkheid-slide2

Internationale ongelijkheid vroeger, vandaag en morgen

Hoewel bijna overal in de geschiedenis er een zekere mate van interne ongelijkheid tussen sociale groepen binnen hetzelfde territorium, land of imperium heeft bestaan, is het fenomeen van internationale ongelijkheid relatief recent en heeft zich met een ongewone snelheid en breedte gevestigd.

Terwijl de gezaghebbende economiehistoricus Paul Bairoch in zijn teksten vermeldde dat de onevenwichtigheden in inkomen en rijkdom tussen de grote internationale sociale groepen in de 18e en 19e eeuw (met geschatte verhoudingen van 3 tegen 1) nog relatief laag waren, hebben de VN studies gepubliceerd die de groei van wereldwijde ongelijkheid tussen de rijkste 20% en de armste 20% aantonen, met een verhouding van 72 tegen 1 aan het einde van de 20e eeuw.

De factoren die het best de groei van internationale ongelijkheid verklaren, zijn: het politiek-economisch kolonialisme in Afrika en Azië aan het eind van de 19e eeuw en het begin van de 20e eeuw, en het economisch neokolonialisme in de tweede helft van de 20e eeuw (dat, hoewel zonder militaire bezetting, de Afrikaanse, Aziatische en Latijns-Amerikaanse periferie bepaalde, bijvoorbeeld via het mechanisme van externe schulden).

Deze analyses zijn lange tijd het domein gebleven van kringen in de Derde Wereld en intellectuelen uit die geografische gebieden. De ideeën van billijkheid en gelijkheid lijken echter aangeboren te zijn, bevestigd door onderzoek onder zeer jonge kinderen; op die leeftijd blijken zij zich al bewust te zijn van ongelijkheid. Tientallen jaren lang had de internationale gemeenschap weinig interesse in dit thema, maar dat is veranderd door de wereldwijde economische crisissen die we gehad hebben én het grote succes van het boek ‘Kapitaal in de eenentwintigste eeuw’ van Thomas Piketty.

Het bestuderen van deze fundamentele dynamiek -om de algehele situatie te begrijpen, hun historische, geografische, economische, ecologische, politieke en culturele implicatie te analyseren, om hypothesen over mogelijke oplossingen op te stellen en proberen uit te voeren- is een taak die tot nu toe te weinig plaats vond. Scholen kunnen een belangrijke rol spelen door ervoor te zorgen dat deze kwestie het belang krijgt dat het verdient. We kunnen in het kader van burgerschap scholen van de instrumenten voorzien die de wereld duurzamer, rechtvaardiger en coherenter maken, in overeenstemming met doelstelling 10 van Agenda 2030: “Het verminderen van ongelijkheid binnen en tussen landen”.

Schuiven naar boven